Bezoek wethouder aan gezinshuis

Wethouder Elly van Wageningen heeft een bezoek gebracht aan het gezinshuis van Lies en Ben Nijenkamp in Lelystad. Dat deed zij om het verschil te ervaren tussen pleegouders en een gezinshuis. Lies Nijenkamp: “Bij een pleeggezin hoort een kind direct bij het gezin, in een gezinshuis zijn de kinderen er meestal tijdelijk en is het de bedoeling dat een kind weer doorstroomt. Daarom noem ik de kinderen ook wel ‘leenkinderen’.”

Verstoorde hechting

Gezinsouder Lies is professioneel gezinsouder en zij runt samen met haar man Ben al elf jaar een gezin met continu drie ‘leenkinderen’ uit Lelystad of Almere. Het echtpaar heeft drie eigen – inmiddels volwassen - kinderen, waarvan er twee het huis uit zijn. Lies en Ben hebben inmiddels al twintig leenkinderen zien komen en gaan, waarbij de verblijfperiode van de kinderen in het gezin tussen de twee en vier jaar lag. Lies: “De kinderen hebben allemaal een eigen vader en/of moeder, maar bijna altijd hebben de kinderen een verstoorde hechting. Dat betekent dat de kinderen in hun eerste jaren door allerlei omstandigheden niet veilig gehecht zijn aan de ouders. Een verstoorde hechting is een moeilijke stoornis om mee om te gaan voor de omgeving. Het lijkt erop dat het kind zichzelf op de voorgrond zet en daardoor moeilijk rekening kan houden met anderen. Dit blijft het hele leven een probleem voor het kind. Als gezinshuis bieden we een veilige plek voor deze kinderen. Als gezinsouder ben je blij met hele kleine vorderingen. De laatste jaren krijgen we vooral pubers in huis en dan heb je naast andere problemen ook te maken met pubergedrag. Toch doe ik dit werk met veel plezier, het is fijn om de kinderen in de jaren dat ze bij ons zijn op de rit te helpen, ondanks dat je nooit helemaal zeker weet hoe het daarna verder met ze zal gaan. Ik kan ontzettend van de kinderen genieten, vooral na schooltijd en tijdens de warme maaltijd. Ik vind het trouwens ook erg leuk om de kinderen naderhand op Facebook te blijven volgen.”

Doorstromen

Lies: “Als een kind bij ons binnenkomt, bepalen we met de gedragsdeskundige en eventueel een voogd het doel voor het kind. Dat kan zijn dat het kind uiteindelijk weer terug kan naar de eigen ouders of familie en soms bijvoorbeeld naar een zelfstandig kamertrainingtraject, naar begeleid wonen of een woongroep. De eigen ouders worden zoveel mogelijk betrokken. Bij ons kunnen de kinderen in het jaar dat ze 17 zijn al het huis uit. Dat doen we bewust, zodat we de overgang die de 18e verjaardag betekent, goed kunnen begeleiden. Met 18 jaar is er geen budget meer voor kinderen om in een gezinshuis of pleeggezin te blijven. Zij moeten dan zelfstandig gaan functioneren in de maatschappij. Wij leren ze daarvoor dus alvast hoe ze moeten koken of de was moeten doen en hoe je je financiën beheert. En we zorgen dat ze goed kunnen doorstromen. Op een zelfstandig kamertrainingtraject zit een wachttijd van negen maanden, om maar eens iets te noemen.”

Stoer, passie en een team

Lies: “Een gezinshuis runnen betekent dat je weinig privétijd hebt en dat je eigen kinderen je moeten delen met de leenkinderen. Dat is in ons gezin goed gegaan, de kinderen hebben de leenkinderen als een aanvulling gezien. Soms hebben we een vrij weekend en gaan de leenkinderen naar een logeeradres. Die tijd hebben we echt nodig om even bij te tanken en uit te rusten. Daarna kan ik er weer vol tegenaan.”

Wethouder Elly van Wageningen was aan het eind van het gesprek onder de indruk van wat ze gehoord had: “Ik heb veel waardering voor het maatwerk dat in het gezinshuis wordt geleverd voor elk kind. Er wordt goed gekeken naar wat elk kind nodig heeft en hoe dat dan om het kind heen georganiseerd kan worden. Om een gezinshuis te kunnen runnen moet je een beetje stoer zijn, passie hebben en een goed team vormen met je partner en je eigen kinderen, maar je moet toch ook een beetje afstand kunnen houden. De kinderen brengen een aantal jaren bij je door en gaan dan weer hun eigen weg. In de tussentijd kun je van belangrijke betekenis zijn voor het kind, dat niet bij de eigen ouders kan wonen.”

Vragen?
mail ons